Farming
Stel jij woont in Oeganda en je hebt weinig te eten omdat je kleine stukje land niet veel opbrengt en je weet eigenlijk ook niet hoe je dat kan veranderen.
Je bent nou eenmaal arm want je opa was arm, je vader was arm dus jij zult ook altijd wel arm blijven.
Dan hoor je over een plek vlakbij waar je kunt leren hoe je mais kunt verbouwen en dat je dan gewoon genoeg hebt voor een heel jaar?
Eigenlijk geloof je het niet en je gaat op pad om eens te kijken bij het gebouw van “Fatherheart Farming”.
Wow, je ziet een tuin waar netjes een hek omheen staat zodat de kippen en de geiten niks kunnen opeten. Je ziet prachtig hoge mooie groene maisplanten, zo hoog heb je ze nog nooit gezien. Ook zie je grote trossen bananen hangen. Je gelooft je ogen niet en je vraagt je af hoe ze aan het geld zijn gekomen voor al de kunstmest en bestrijdingsmiddelen voor deze planten.
Je maakt een praatje met Jonathan de trainer van de locatie en hoor je dat ze geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken.
Je hoeft alleen maar te komen om 8 dagen lang de training te volgen. Aan het eind van de training krijg je een zadenpakket en dan kan ook jouw stukje grond veranderen in een productief stukje land.
Je vindt het spannend maar besluit toch om de training te gaan doen en je leven veranderd totaal.
Ineens heb je genoeg te eten en heb je weer hoop en perspectief voor jou en je gezin.


Family
"Een echte man vecht voor zichzelf”. Dat was het motto wat Ladu van zijn broers leerde. Met een jeugd van mishandeling en pesterijen had hij geleerd om erop los te slaan.
Helaas had het hem in zijn leven niet alleen maar geholpen. Door de woede die hij maar moeilijk kon beheersen, had hij zes jaar doorgebracht in de gevangenis. Ook had hij heel wat mensen het ziekenhuis in geslagen. Meerdere keren had zijn vrouw de borgtocht moeten betalen zodat hij weer uit de gevangenis kon komen. En de plek waar hij graag werkte moest hij verlaten vanwege zijn agressieve gedrag.
Bij de FFI-training drong God door in Ladu’s hart en beleed hij zijn bitterheid en het niet willen vergeven. Hij was in staat om de liefde en identiteit van God in zijn hart te ontvangen. Ladu vertelde later over een situatie waarin hij opnieuw woede in zich had gevoeld en wat er toen gebeurde.
“Het gebeurde vlak bij mijn huis. Mijn kinderen hadden brood gekocht maar vlakbij huis ontstond er ineens een geruzie met een jonge knul. Hij begon mijn kinderen te treiteren en probeerde het brood van mijn kinderen af te pakken. Door het geruzie scheurde de zak en viel het brood op de grond. Mijn kinderen werden boos en riepen dat ze mij, hun vader, wel even zouden roepen.
Toen hoorde ik die jonge knul zeggen dat hem dat niks kon schelen en dat hij zeker geen respect had voor mij. Ik voelde de woede in mij opkomen. Wat dacht die knul wel. Eerst mijn kinderen pesten en ook nog respectloos over mij praten. Ik zou die knul wel eens even laten weten wie ik was.
Terwijl ik boos naar buiten liep voelde ik opeens een zwaarte over mij komen. Het was alsof de Heer tegen mij zei “Praat alleen, vecht niet”. Ik ben naar de kinderen toegelopen en heb het brood maar aan die knul gegeven. Ik heb tegen hem gezegd dat het niet goed was wat hij had gedaan. Verder niets. De knul liep verbaasd weg met het brood. Toen heb ik mijn kinderen maar geld gegeven om gauw een nieuw brood te kopen. “
Toen Ladu over de hele situatie vertelde was te zien hoe blij hij was en hoe vrij hij zich voelde. Ook al had hij eerst nog die woede gevoeld. Hij hoeft niet meer te reageren zoals hij vroeger had geleerd.


